Homepage »
Blog van de directeur »Tussen twee werelden
03 Dec 2008
Zou iemand die een goud en zilverkleurig maanlandschap van bijvoorbeeld Aert van der Neer bewondert, dat doen gezeten op een stoel van zeg Marcel Wanders of zou het eerder een zeventiende eeuwse antieke zetel zijn? Dat vroeg ik me af toen ik de PAN bezocht, de Kunst- en Antiekbeurs in de RAI, om de avond laat af te sluiten met de uitreiking van de Lensvelt de Architekt Interieur-prijs en de Mart Stam-prijs voor het beste stoelontwerp in de Lichtfabriek in Haarlem. Of zijn het gescheiden werelden?
Op initiatief van de CEO van een een groot dienstverlenend bedrijf op de Zuidas bezocht ik met een collega eerst de exclusieve avondopenstelling van de PAN en trof daar een hoogopgeleid publiek van industriëlen, zakenmensen, bankiers, politci, dienstverleners, verzamelaars en studenten. Mijn indruk was dat er heel wat van de bezoekers afkomstig waren van de Zuidas. Er waren veel mooie dingen te zien: een kleine en fijne Aert van der Neer, een kleurrijk stilleven van Maurice de Vlaminck, een kinderstoel van Frank Lloyd Wright. Het palet reikte van oude kunst tot moderne vormgeving.
De overgang van de PAN naar de Turnbinehal van de Lichtfabriek in Haarlem, waar in 1902 de stoomturbines stonden, kon niet groter zijn.
In een post-industriële omgeving waren zo'n zevenhonderd architecten, interieurontwerpers, stylisten, producenten, opdrachtgevers en andere liefhebbers van modern dutch design samengekomen om de presentatie van jonge ontwerpers en hun ontwerpen te bewonderen.
Winnende ontwerp NEXT Architects
De Lensvelt de Architekt Interieur-prijs werd gewonnen door NEXT Architects, een jong architectencollectief uit Amsterdam, voor hun glasheldere structurering en modernisering van een monumentaal grachtenpand. Het stoelontwerp dat bekroond werd met de Mart Stam-prijs viel op door een bijzondere vervaardigingswijze en was van de hand van Alexander Pelikan.

Alexander Pelikan, 'Plastic Nature'
De prijzen willen "... de uit elkaar gegroeide werelden van cultuur en opdrachtgevers dichter bij elkaar brengen." Wanneer dat ter harte genomen wordt, zou het PAN-publiek, waar potentiële opdrachtgevers onder schuilgingen, vaak afkomstig van de Zuidas, in contact gebracht moeten worden met de eigentijdse wereld van design, zoals verzameld in de Lichtfabriek. En is voor de toekomst niet juist de Zuidas een ideale plek om een reservoir van nieuwe opdrachtgevers aan te boren, dat veel inhoud heeft: van hoogopgeleide kosmopolitische professionals tot studenten als zogenaamde high potentials? Daarvoor zou er na Platform 21 een Museum voor Design en Mode moeten komen als de ideale ontmoetingsplek. Dat nieuwe museum zou bovendien een etalage kunnen vormen voor producten waar Nederland internationaal in uitblinkt.
Gijs van Tuyl
Reacties