Homepage »
Blog van de directeur »Verspreiding heilig vuur via de Noordpool
29 Jan 2009
De tentoonstelling Heilig Vuur in De Nieuwe Kerk, waar we met topstukken uit de collectie van het Stedelijk laten zien welke invloed religie heeft op moderne kunst, nodigt uit tot nadere gedachten. Bijvoorbeeld over sjamanisme, een intrigerend onderwerp.
In de catalogus Wat bezielt de sjamaan? van het Koninklijk Instituut voor de Tropen, wordt het als volgt verwoord: "Het idee dat mensen met een onzichtbare kracht of macht, een geest misschien wel, contact kunnen hebben, of er helemaal bezeten door kunnen zijn, is al heel oud. (...) Sjamaan is een uit onze cultuur afkomstig wetenschappelijk begrip dat in de hele wereld wordt gebruikt voor extatische genezers, zowel vrouwen als mannen. (...) het duidt een persoon aan die weet (...). Sjamanen bestonden en bestaan in samenlevingen die de kosmos (...) als gepersonifieerd beschouwen: stenen, planten, dieren, natuurkrachten - alle zijn bezield en ieder heeft een eigen identiteit. Om met deze spirituele wezens, goden en geesten in contact te kunnen treden, moet de sjamaan zijn ziel op reis sturen. (...) De sjamaan onderscheidt zich van andere religieuze specialisten, zoals priesters, doordat hij in extase direct contact legt met het bovennatuurlijke ten behoeve van het welbevinden van de gemeenschap."
Sporen van hoe het heilig vuur van het sjamanisme zich zo'n zestig- tot dertigduizend jaar geleden via de Noordpool van Noord-Azië verspreidde over Noord-Amerika, zijn terug te vinden in het werk van uiteenlopende twintigste-eeuwse kunstenaars als Wassily Kandinsky en Josef Beuys aan de ene en Jackson Pollock aan de andere kant.
In die oertijd trokken Noord-Aziatische volken via de pool naar het Noord-Amerikaanse continent en werden daar later bekend onder de naam Indianen. Evenals de in Siberië levende volken praktiseerden zij het sjamanisme als een bijzondere vorm van natuurgodsdienst.
Voor zowel Kandinsky, Beuys en Pollock vormde het sjamanisme, waarmee zij alle drie vertrouwd raakten in Rusland of Amerika, een vitale inspiratiebron voor hun werk. Kandinsky legde als student een grote antropologische belangstelling aan de dag en verdiepte zich in de neerslag van het sjamanisme in oude Russische volkskunst. Beuys, die vanwege zijn bijzondere performances voor een sjamaan doorging, werd in de Tweede Wereldoorlog als Duits oorlogsvlieger neergeschoten boven Siberië. Volgens zijn eigen mythische waarheid werd hij gered van de kou doordat Tartaren hem wikkelden in vilt en vet. Pollock kwam als kind onder de indruk van de rituelen van Indianen in de Navajo Desert in Arizona.
De sporen van het sjamanisme zijn terug te vinden in uiterlijk zo verschillend werk als dat van deze drie kunstenaars, die in verschillende tijden en plaatsen leefden en werkten. Het is heel bijzonder dat daar drie prachtige voorbeelden van zijn te vinden in de collectie van het Stedelijk Museum.

De aquarel van Kandinsky toont een sjamaan die op een soort zonnewagen tussen hemel en aarde door de kosmos rijdt en die een verbinding legt tussen de mensen- en de godenwereld.

Het schilderij Reflection of the Big Dipper (Nl: Weerspiegeling van de Grote Beer) van Pollock ontstond door verf te laten druipen op een horizontaal doek op de vloer, waarbij de schilder een bezeten dans uitvoerde als van een sjamaan. In het MoMA in New York heeft Pollock in 1942 een tentoonstelling gezien, waar Indianen het maken van een horizontaal zandschilderij als een performance uitvoerden.

Beuys bracht zijn kosmos onder in een kartonnen doos, door in een hoek daarvan vilt en vet aan te brengen. In de film Eurasien, waarin hij een sjamanistische performance opvoert, brengt hij een verbinding tot stand tussen het rationalistisch ingestelde Europa en het mytische en mystieke Azië. Op de tentoonstelling Die Innere Mongolei, in 1990 in de Kestner Gesellschaft in Hannover, waren heel wat tekeningen te zien die sjamanen en actrices (vrouwelijke sjamanen) als bijzondere magiërs ten tonele voerden.
Gijs van Tuyl
Reacties